Begeleidingssnoei en/of onderhoudssnoei
Bomen in de openbare ruimte hebben specifiek per boomsoort en standplaats een begeleiding nodig. Bomen langs een weg/straat hebben immers een andere begeleiding nodig dan bomen in een stadspark. Ruim genomen zijn er 4 groeifasen te benoemen van een boom. Elke groeifase kenmerkt zich in verschillende beheersmaatregelen.
Aanplant nazorgfase (jeugdfase)
De wortels zijn de basis voor een vitale boom. Hierbij is de standplaats en de groeiplaatsinrichting het meest belangrijk. Een boom moet zich prettig voelen omdat deze zich moet aanpassen aan de lokale omstandigheden. Wolterinck heeft hiervoor het garantieplan opgesteld (Zie ook aanplant en verplanten van bomen)
De nazorgfase duurt gemiddeld ongeveer 4 jaar. De onderhoudsmaatregel in het kort zijn: controle standplaats (boompaal, beluchting /bewatering systeem), controle kroon ontwikkeling en evt. begeleidingssnoei toepassen, controle zuurstofgehalte bodem en onderhoud boomspiegel. De onderhoudmodus is ongeveer 4 Ã 5 maal per jaar nazorg gedurende 4 jaar.
Begeleidingsfase naar volwas
Na de nazorgfase dient zich de periode aan om de boom naar volwas te begeleiden. In deze fase is het eindbeeld/streefbeeld erg bepalend. Het tijdstip van de eerste begeleidingssnoei is erg afhankelijk van de boomsoort. Bij snelgroeiers zal dit al naar enkele jaren aan de orde zijn, bij langzame groeiers is dat pas na 5 a 6 jaar. Een goede begeleidingssnoei is belangrijk om een vitale boom te krijgen met een goed ontwikkelde kroon welke blijvend is. Voor een goede begeleidingssnoei hanteren wij enkele standaard regels.
- Nooit meer dan 20% van de kroonvolume wordt weggenomen.
- Maatstaaf verhouding stam/kroon na snoei 1:2
- Gemiddeld eens in de 2 a 3 jaar een snoeicyclus
- De diameter gesnoeide takken in cm mag net groter zijn dan de boomhoogte.
Moet men wel takken snoeien die dikker zijn dan spreken wij over snoeiachterstand. Bij begeleidingssnoei is het van belang om te kijken naar tak en vertakkingpatronen en welke eventuele problemen kunnen veroorzaken bij de blijvende vitale kroon. Aandachtspunten zijn: dode, gebroken en aangetaste takken, waterlot, stamschot en takkransen, zuigers (elleboog)takken, en dubbele toppen.
Volwas fase (onderhoudssnoei)
Als een boom eenmaal de volwas fase bereik heeft dan wordt er zeer beperkt gesnoeid, alleen risicotakken (zorgplicht) , schade door weersinvloeden, en evt. plaatselijke omstandigheden geven reden tot snoei. De frequentie van snoei vindt plaats 1 maal per 5 Ã 10 jaar. De boom behoud zijn uiteindelijke habitus.
Aftakelingsfase
In deze fase neemt de snoei frequentie toe, takken sterven af en de kroonvolume neemt ook af. Dit heeft als gevolg dat de boom vaker gecontroleerd dienen te worden (VTA controle). Dood hout verwijderen en evt. de boom stabiliteit geven doormiddel van stormankers ook moet er extra aandacht uit gaan naar de voedingsbodem (Ondergrondse bodemverbetering).
Bijzondere bomen
Oude landschappelijke bomen en/of monumentale bomen vergen extra aandacht. De vitaliteit moet nauwlettend gecontroleerd worden (VTA controle).Wanneer de vitaliteit minder dreigt te worden dient men eerst te kijken naar de groeiplaatsomstandigheden. De wortels zijn immers de basis voor een vitale boom. In veel gevallen volstaat men met ondergrondse bodemverbetering.
Wanneer takken in een stadium zijn dat ondergrondse bodemverbetering de vitaliteit niet meer kan bevorderen, dient men over andere maatregelen na te denken. Snoeien is in veel gevallen misschien het beste, maar kan het aanzien van de boom totaal veranderen. Soms kunnen andere maatregelen zoals ondersteunen of het aanbrengen van stormankers ook voldoende zijn om nog jaren te kunnen genieten van een bijzondere boom.
Wilt u weten wat wij voor u kunnen betekenen? Wij zijn uw graag van dienst!            Bel ons! of laat hieronder uw gegevens achter dan nemen wij z.s.m. contact met u op.








